Hoofdtekst
4 En dan van het Huiske, dat heb ik je nog gezegd. Toen is die prinsbisschop, Van Horn geloof ik, gekomen en die heeft die boel (= restanten van Grote Burcht) hier heel afgebroken, maar die twee torens heeft hij laten staan, dat heb ik je verteld. En toen hebben ze hier als boete een huiske (= kapel) moeten zetten. Je kent toch het Huiske in de nieuwe Genovevastraat, daar. Maar er wist nooit niemand: "Voor wat heetten ze dat het Huiske?" en wat weet ik allemaal. Maar volgens de archieven heeft het daar gestaan, hebben die dat daar moeten zetten, dat huiske, als boete voor die vijfhonderd doden wat ‘gebleven zijn’ (= die in die slag gebleven zijn, er het leven gelaten hebben). Die vijfhonderd doden ‘zijn gebleven’ hier, dat is Evrard van der Marck geweest!I En het Huiske, wie heeft dat dan moeten zetten?4 Ja, die van hier.I De ‘läöi’ van hier?4 Ja van hier. Hé meisje, ik was niet erbij. Als boete, hé. Wij hingen van Sint-Servaas af hier, wij waren niet van het Land van Loon, hé. Bolder, gij hing nog van het Graafschap Loon af.Ik denk het wel, ja.
Beschrijving
De prinsbisschop van Horn heeft in Zichen-Zussen-Bolder de ruïnes van de Grote Burcht afgebroken. Enkel de twee torens heeft hij laten staan. Als boete voor de vijfhonderd doden die bij die slag waren omgekomen, heeft men op die plaats een kapel laten bouwen, die 'het Huiske' werd genoemd.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (groot-riemst)
4U 149
fabulaat
Naam Overig in Tekst
prinsbisschop van Horn   
Huiske (kapel in Zichen-Zussen-Bolder)   
Grote Burcht (Zichen-Zussen-Bolder)   
Horn (prinsbisschop van)   
Naam Locatie in Tekst
Zichen-Zussen-Bolder   
Plaats van Handelen
Horn   
Zichen-Zussen-Bolder   
