Hoofdtekst
Ich ben dertien jaar misdienaar geweest en in dien tijd was er hier ooch 'n vouw, dat was 'n heks, dat zegden ze en dat was zo. Daar ben ich wel honderd, neen tweehonderd keer naar toe geweest met de pastoor voor communie en zo hé maar wij kosten daar nie binnen, wij vlogen er buiten. En daar was e wicht hier, dat mechtje had nooit niks anders zeleve gedaan gehad als in 't bed gelegen, die kos genen tree gaan. En dat was zo 't schijnt 't werk van die heks. En toen die heks op 't laatste lag toen is de pastoor toch binnen geweest maar wij moesten er buiten. Die kos nie sterven hé en hij was er zo ne minuut of tien binnen geweest en toen is ze 's anderendaags gestorven. Van toen af is dat wicht stillekes aan gebeterd, door den duur kwam ze er uit en is ze later getrouwd ooch. Zegt mich nu nog of er iet van aan is of nie. En ich zeg altijd zo, wat vroeger bestaan heeft, dat bestaat nu nog maar de mensen geloven er zo nie meer aan wie vroeger.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Kaulille woonde een heks die de pastoor onder geen beding wilde binnenlaten in haar huis. Een behekst kindje uit de buurt lag al haar hele leven in bed omdat ze niet kon lopen. Toen de heks op haar sterfbed lag, moest ze de pastoor toch binnenlaten aangezien ze niet kon sterven. De volgende dag is de heks dan toch gestorven. Daarna werd het meisje stilaan weer gezond.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noord-west)
147
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kaulille   
Plaats van Handelen
Kaulille   
