Hoofdtekst
I Hebt ge ooit iets gehoord over terugkerende doden?Terugkerende doden, nee, maar weet ge wat mijn moeder daarover vertelde? Die kon geen verkwisting zien van eten of zo. Als we aan het eten waren en we aten onze boterham niet op: "Ge wordt nooit groot." Dat was het eerste. "Als ge niet eet, wordt ge nooit groot." Weet ge wat ze dan deden? Een snee brood daar sneden ze zo kleine stukskes gelijk… [bbakent met z’n handen een stukje van twee centimeter op twee centimeter af op tafel] met een stuk spek. Maar die stukskes spek wat er op gelegd werden, die waren groter, bijna dubbel van het brood. Als ge maar spek at, dat kwam zo nauw niet. Maar als ge durfde van dat brood of van dat spek wegmoffelen, dan zegde moeder: "Als ge dood zijt, dan moet ge dat komen zoeken." Dat mocht niet verkwist worden, dat mocht niet weggedaan worden." Als ge dood gaat, maar ge moet dat komen zoeken en bijeen brengen! Dat moogt ge niet verkwisten!"
Beschrijving
Als de kinderen hun brood of spek niet opaten en het stiekem wegmoffelden op hun bord, dan sprak hun moeder: "Als je dood bent, dan moet je terugkomen om al die stukjes te zoeken!"
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (groot-riemst)
2PP 72
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zussen   
