Hoofdtekst
Toen ik klein was hoorde ‘k dat vertellen, maar dat is van voor mijnen tijd. De vroegere pastoor, ‘k ben zijnen naam vergeten, had ne zwarten hond, Lookske genoemd. Na de dood van de pastoor werd hij nog gezien. Wanneer men hem riep rechtover de kerke, kwam hij af, ging mee tot aan uw deur en keerde dan naar de pastorij terug, maar dit gebeurde alleen ’s avonds als het donker was.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Een pastoor had een zwarte hond. Na het overlijden van de pastoor liep de hond 's nachts rond in het dorp. Wanneer men het dier riep, dan kwam het tot bij het huis van de persoon die had geroepen. Daarna liep de hond terug naar de pastorij.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (zuiden)
41
Kindertijd van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bossuit   
