Hoofdtekst
Mijn grootvader j’ (hij) had hij ook boeken. Ciessen heetten, dat is Frans he. En de paster is dikwijls gekomen om ze af te pakken maar ’t heeft nooit gegaan.
Beschrijving
Een man die toverboeken bezat, had al vaak bezoek gekregen van de pastoor, maar hij heeft zijn boeken nooit willen afgeven.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (kamerlingsambacht)
280
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostende   
