Hoofdtekst
De mare wordt weggeslagen.Dat waren meest de peerdeknechten die van de mare bereden wierden in den tijd dat ze bij ulder peerden sliepen. Maar ik heb toch ook nog van de mare bereden geweest en ge kost dat zo voelen komen en als ge u dan nog kost bewegen van de moment dat ge het voelde komen, was het gedaan.'t Was alzo ne keer op nen nacht, almetnekeer voelde ik alzo iets komen aan mijn voeten, ik snukte mij recht en smeet er naar en ik meende dat het een ratte was, ik riep algauw mijn zuster, ik zeg: “Breng ne keer ne lanteern”. – “Waarvoor ?” zei ze - ik zeg: “Breng ne keer ne lanteern”. Zo zij kwam met de lanteern, ik zeg : “Zoek ne keer onder 't bedde of in den hoek of dat er daar nievers een ratte zit”, maar zij en vond niets.Mijn vader die dat gehoord had kwam ook en zei: “Dat en was geen ratte, maar dat was de mare, en hebt gij ze gepast als gij er naar smeet?”- “Eh, ja ik” – “Ewel, zei hij, gij en zult ze niet meer hebben als gij ze gepast hebt”. En ik heb ze niet meer gehad ook.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Paardenknechten werden soms door de mare bereden wanneer ze bij de paarden sliepen. Als men zich nog kon bewegen wanneer men de mare voelde aankomen, was men er onmiddellijk van verlost.
Een man voelde op een nacht iets bij zijn voeten. De man ging rechtop zitten, droeg zijn zuster op een lantaarn te halen en zocht onder het bed en in de hoek naar een rat. Daarop sprak de vader van de man: "Dat was geen rat, dat was de maar. Je hebt de maar verjaagd toen je rechtop bent gaan zitten".
Een man voelde op een nacht iets bij zijn voeten. De man ging rechtop zitten, droeg zijn zuster op een lantaarn te halen en zocht onder het bed en in de hoek naar een rat. Daarop sprak de vader van de man: "Dat was geen rat, dat was de maar. Je hebt de maar verjaagd toen je rechtop bent gaan zitten".
Bron
S. Bohez, Leuven, 1956
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (tussen leie en schelde)
88
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Wannegem-Lede   
