Hoofdtekst
in e kastiel kam ’s nachs altêd e spouk in on de klên urkes, da is half ien, ien oer en ien en half; en da hâ holle oeuge, en biene, en ne scheidel; en da was den âve kastielhier; en dee moes dô in de kelder een kas mê slecht gewonne geld gewôke.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Omstreeks half één, één uur en half twee verscheen in een kasteel altijd een spook in de gedaante van een geraamte met holle ogen. Het was de ziel van de vroegere kasteelheer die in de kelder een kist met onrechtvaardig verkregen geld moest bewaken.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (sint-truiden)
212
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Binderveld   
