Hoofdtekst
Er was eens een jonge man die met een meisje vrijde. ’s Avonds als ze zoo uchteren gingen dan liepen ze steeds samen naar huis. Op zekeren avond zei de jongen tegen het meisje, na het uchteren: "Vandaag moet ik alleen naar huis toe gaan, " en hij ging. Het meisje ging wat later ook naar huis. En toen het langs een haag kwam, sprong er opeens een groote zwarte hond achter uit recht op haar af. Het meisje wierp haren zakdoek voor het beest op den grond, welke de hond onmiddellijk verscheurde en dan wegliep. Dat ze dit moest doen had ze haar verloofde vroeger eens hooren zeggen. ’s Anderendaags toen ze weer uchteren gingen en toen het meisje den jongen kuste, zag ze de stukken van haren zakdoek tusschen zijn tanden steken.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een jongeman die zijn vriendin 's avonds had ontmoet, sprak tot het meisje: "Vandaag moet ik alleen naar huis gaan". Toen het meisje even later voorbij een haag kwam, zag ze een grote zwarte hond op haar af komen. Op dat ogenblik herinnerde het meisje zich de raad die ze ooit van haar verloofde had gekregen en ze gooide een zakdoek naar de muil van het beest. Toen het meisje de volgende dag haar vriend kuste, zag ze dat hij de vezels van de zakdoek tussen zijn tanden had.
Bron
D. Truyen, Leuven, 1946
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (noorden)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hamont   
