Hoofdtekst
Tovenaar betovert dieren. In mijn moeder haren thuis was er ook enen die over en were kwam, maar zij hadden toch veel beesten dood. Hij kwam alzo ne keer binnen : “Ge hebt viggens gekocht ?” – “Ja, wrede schone” zei ons vader, en ze gingen er ne keer naar kijken, maar enige dagen later lag er een dood. En als diezelfden langs de strate passeerde begosten de koeien te tuiten gelijk dat ze nooit eten kregen.
Beschrijving
Op een boerderij waar altijd een man op bezoek kwam, stierven veel dieren. Op een dag was de man naar de biggen gaan kijken, die men pas had gekocht. De volgende dag lag één van de biggen dood. Wanneer die man langs de straten liep, begonnen de koeien te loeien alsof ze nooit eten kregen.
Bron
S. Bohez, Leuven, 1956
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (tussen leie en schelde)
337
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Asper   
