Hoofdtekst
Ik heb ons moeder nog horen vertellen, zij kweekte het kindje van haar zusters zoon. En dat kindje wilde noch vooruit noch achteruit. Het weende niet, het was een abnormaal kindje dat het zo mager was. En ze hadden ook gezegd van bij de paters te gaan. En er was daar een vrouw die ervoor bekend was dat ze kon toveren: Tsane. En die Tsane haar man dorste in de winter onze schuur uit met de vlegel. En Tsane had de naam van toveres te zijn. En ze hadden gezegd tegen mijn moeder: “Dat ik van u was, ik zou eens naar Gent bij de paters (Augustijnen) gaan. Dat kind zit met de oude man, er is iets dat niet juist is.” En op zekere morgen trekt ze op naar Gent, met de eerste trein naar Zingen, en als ze aan dat brugje komt hier aan de Schelde, komt Tsane hem tegen, die toveres. En ze begon te wenen tot ze bij de paters was, omdat Tsane haar tegengekomen was. Ze zegt dat tegen de paters. Ik weet niet wat die pater zei dat ze daar allemaal niet teveel mocht aan denken en die pater zegt: “Ga naar huis.” En ze is naar huis gegaan en dat kind is gebeterd.X: En hoe heette die toveres met haar echte naam?Dat weet ik niet.X: Was zij van hier?Ja, van Hermelgem, een wijk van Nederzwalm.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een vrouw voedde het zoontje van haar zus op. Omdat het kindje nooit huilde en abnormaal mager was, ging men te rade bij de paters. Toen de vrouw op een ochtend per trein naar Zingem ging, kwam ze bij het bruggetje over de Schelde een vrouw tegen, over wie men vertelde dat ze een toveres was. Daarna huilde de vrouw de hele weg tot in Gent. Ze vertelde aan de paters wat er was gebeurd. De geestelijken zeiden dat ze aan zulke dingen niet teveel mocht denken en zonden haar naar huis. Het kind is genezen.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
135B
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nederzwalm   
Plaats van Handelen
Schelde   
Zingem   
Gent   
