Hoofdtekst
Wij hebben hier ene gehad, W. heette die, 't was eigenlijk nen Duits geloof ich en die had zo e boekske en daar kos hij van al mee. Ich en Jef hier en nog e vrommes van Lille waar ich toen zo wat mee vrijde, wij gingen eens buurten bij Pierke de Dekker en hij, W., ging met ons mee. En onderwegen, wij waren zo aan 't gaan, toen zegt hij: 'Ge hebt zo'ne schone ring aan' zegt hij. 'Ja, dat heb ich.' Goed, wij gaan verder. Effen later: 'Hebt ge hem nog?' Eens gekeken. 'Ja, ich heb hem nog.' Weer effen later: 'Hebt ge hem nu nog?' Non de dju nee, hij was weg. En hij hing boven zijne kop aan een draadje rond te draaien. Maar dat bleef verder zo. Toen wij nog maar te goei bij Pierke achter de stoof zaten, werd er op de deur geklopt. Tok, tok op de deur, de deur ging open en den os kwam binnen. Effen erna opnieuw, alle beesten stonden los in huis rond te drentelen. En ze kregen ze nie baas tot als W. er zich mee moeide. Die kerel die kos van al. Die boekskes die gingen ze in Weert op de markt kopen.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Enkele mensen gingen samen met een zekere W. bij Pierke op bezoek. Onderweg sprak W. tot één van de mannen: "Wat heb jij een mooie ring aan je vinger!" Even later merkte de man op dat zijn ring verdwenen was. De ring zweefde aan een touwtje boven W.'s hoofd. Toen het gezelschap bij Pierke zat, werd er op de deur geklopt. Even later kwamen alle dieren uit de stal binnen in het huis. Alleen W. kon de dieren weer terug naar de stal drijven. W. bezat een speciaal boekje dat hij op de markt in Weert had gekocht.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (noord-west)
259
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Achel   
Plaats van Handelen
Weert   
