Hoofdtekst
Beschrijving
Twee ongehuwde mannen die op een boerderij werkten, vertoefden ’s avonds vaak in het gezelschap van vrienden. Op een dag sprak een jongen tot één van de mannen: “Nu zullen we je eens een keer leren vliegen”. De man moest op een verhoogje gaan staan, onder elke arm een zwarte hen steken en dan zeggen: “Ik pak mij op en ik ben weg”. De man viel echter. Daarop sprak de grapjas tot de man: “Kom met die zwarte hennen eens mee met ons. Ga op het kruispunt in Kester (1) staan. De twee ongehuwde mannen waren ervan overtuigd dat die grapjassen tovenaars waren.
Bron
F. Vandesype, Leuven, 1977
Commentaar
2.2 Tovenaars
brabants (zuid-west)
110O
WOI
fabulaat
(1) kruispunt van de straat die van Spieringen (gehucht van Vollezele) komt met de steenweg Asse-Edingen
Naam Locatie in Tekst
Kester   

