Hoofdtekst
IS: "Luister. Je had een man, die had een hoop buiten-vrouwen, hè? En eindelijk komen ze bij de getrouwde vrouw, en daar zeggen ze tegen de getrouwde: 'Een week geleden is hij overleden.' Toen zei die vrouw: 'Toen hij in leven was, had 'ie zoveel vrouwen, en nou moet ik opdraaien voor alles.' Toen is ze bij de begrafenisondernemer gegaan, zegt: 'Weet je wat? Wil je dan een kartonnen doos voor me, want ik wil hebben dat die man in een kartonnen doos wordt begraven.' Toen zei die man: 'Goed. Wat je zegt.' En zo gezegd, zo gedaan. Die man wordt begraven in een kartonnen doos. Maar het begon te regenen. En die doos begon te smelten. Toen zei die vrouw: 'Hè God, het was toch mijn man ook. Het kan niet zo zijn.' Ze gaat terug bij de ondernemer, zegt: 'Nou, ik ben van mening veranderd: dus een kist.' Hij zegt: 'Goed mevrouw.' En toen heeft 'ie een kist gebracht, en nou moest 'ie dat lijk in de kist zetten. En als 'ie daar gaat, ziet 'ie in de doos: man is verdwenen! En dan vindt 'ie een briefje daarin. Wat stond in die brief?
'Lieve Toos,
Ik ben uit de doos,
Ik lig op rij vijf
Op een ander wijf.'"
(Verteld in Dienstencentrum West op 22 maart 2000)
'Lieve Toos,
Ik ben uit de doos,
Ik lig op rij vijf
Op een ander wijf.'"
(Verteld in Dienstencentrum West op 22 maart 2000)
Beschrijving
Een man die veel overspel heeft gepleegd moet begraven worden. Zijn vrouw vindt een kartonnen doos goed genoeg, maar deze wordt slap in de regen. Er wordt toch nog een houten kist gehaald. Het lijk blijkt uit de doos verdwenen, er ligt alleen een briefje: 'Lieve Toos, Ik ben uit de doos, Ik lig op rij vijf Op een ander wijf.'
Bron
opname van interview in Dienstencentrum West op 22 maart 2000 (bandopname archief MI)
Commentaar
22 maart 2000
Naam Overig in Tekst
Toos   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
