Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

STOP0376_0377_21721

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Z’één e keer gadikke dedjuu e koeimaarchanschge angegon. En ’t had oltijd vele geld bij hem. Mor ’t had èn hoend zo groot zè. En up e keer ’t wos angegon deur de bende van Bakelandt. Mor dien hoend hielp dat vintje. Mor dien hoend wos gesteken. ’t Kwam dor èn andern bij enne zei: "’k Gon ik meegon met joen." Mor je ging hem ook an en dien hoend, die deursteken wos, koste hem niet meer verdedigen en ’t ee tit toen zijn geld gepakt geweest.

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

Een koeienhandelaar die met zijn hond op pad was, werd beroofd door de bende van Bakelandt. De hond verdedigde zijn baasje, maar raakte gewond. Wat verderop bood een man aan om met de koeienhandelaar mee te gaan. Die man was echter ook een rover van Bakelandt. Omdat de hond de handelaar nu niet meer kon verdedigen, viel die man de handelaar opnieuw aan en beroofde hem van zijn geld.

Bron

S. Top, Leuven, 1964

Commentaar

4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
229I
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Bakelandt    Bakelandt   

Bakelandt (bende van)    Bakelandt (bende van)   

bende van Bakelandt    bende van Bakelandt   

Naam Locatie in Tekst

Handzame    Handzame