Hoofdtekst
Aan dat kapelletje aan de Nonnemolen heeft het nog gespookt. En alle avonden zat er iemand in, en als er ’s avonds iemand voorbijkwam, werd er altijd gespookt. Maar op een zekere keer dat ze met een hele hoop daar naar toegegaan waren, en dat ze dat spook aangerand had, wisten ze dat het een man was die daar zat.
Beschrijving
Bij het kapelletje aan de Nonnemolen spookte het iedere avond. Op een dag ontdekte men dat een grapjas iedere avond in die kapel ging zitten om voorbijgangers bang te maken.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (zuiden)
22A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Nonnemolen (Leupegem)   
Naam Locatie in Tekst
Leupegem   

