Hoofdtekst
Hondje loopt rond een kar.Mijn broer was nog jonk en hij ree met de kerrewagen klodden en d’r liep daar hier op straat e klein hondje en dat hondje liep altijd maar in ronnekes rond die wagen. En twie kiër paarden (afpaarden= vielen af) diene wagen af en mijn broer laadden hem vedrom altijd op, ’t was altijd maar opslaan en altijd maar afparen. En w’hemmen hem da nooit kunnen afpraten, as hem al aad was was hem nog benaad as hem daar verbij moest gaan.
Beschrijving
Een man die met zijn kar op pad was, zag op straat een klein hondje dat de hele tijd rond de kar liep. Tweemaal viel daardoor alles van de kar, waardoor de man de kar helemaal opnieuw moest laden.
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
97
Broer van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sinaai   
