Hoofdtekst
Dat was achter de vaart waar dat mijn dochter woonde. D’r was daar ne jager. Hij zag daar ne groten otter. Hij kroop altijd in ’t zelfde gat. Ze wilden hem uitdelven en almetnekeer kwamen ze aan een onderaardse gang. Hij liep van Stene naar Snaaskerke. Dat was nen onderaardse gang van de Tempeliers.
Beschrijving
Een jager zag een grote otter die altijd in hetzelfde gat wegkroop. Op een dag ontdekte de jager dat dat gat uitgaf op een onderaardse gang van de Tempeliers, die Stene met Snaaskerke verbond.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (houtland)
725
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tempelhof   
Tempeliers   
Tempeliershoeve   
Naam Locatie in Tekst
Eernegem   
Plaats van Handelen
Snaaskerke   
Stene   
