Hoofdtekst
De zwarte hond zendt het kwaad over een boerderij.Doar was ne kiër ne gruëten zwerten hond die da elleken dag op een pachtershof in de Meirstroat den top uit de spoelingskruik kwaam trekken. De zeuns van dien boer die woaren da spelleken beu en ze smeten mee stiënen noar dien hond. Da biëst, da grolde wriëd en ’s anderendoags houn de koein en de peirden gruëte putten in heudere stal gebrand. En as diën boer noar ’t veld ging dan kwaam er nen iëmer achter hem geluëpen. Die minsen die wisten nemiër wa doen en ze gingen noar de poaters van Beurm. Die poaters zein heuder da ze negen doagen boete moesten doen, en ja jong, den tienden dag was alles hersteld.
Beschrijving
Op een boerderij in de Meirstraat kwam iedere dag een grote zwarte hond de stop uit de spoelingskruik trekken. Toen de zonen van de boer met stenen naar de hond gooiden, grolde het dier vervaarlijk. De voglende dag hadden de koeien en de paarden grote putten in hun stal gebrand. Wanneer de boer naar zijn veld ging, werd hij gevolgd door een emmer. Gedreven door wanhoop gingen de mensen uiteindelijk naar de paters van Beurm, van wie ze de raad kregen om een noveen te doen. Tien dagen later waren alle problemen opgelost.
Bron
R. Callaert, Leuven, 1969
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (sint-niklaas en omstreken)
54
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Beurm   
Beurm (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Hamme   
Plaats van Handelen
Meirstraat   
Beurm   
