Hoofdtekst
Op ’t Vlèruskot ze kosten (konden) daar nooit meiden of knechten houden. En op een keer zei de boer, ‘k moet nu een knecht hebben, al was ’t de duivel zelve. En je (hij) kreeg een knecht he, Vlèrus. Maar dat was een raren. Je (hij) ging altijd naar de kermissen en naar de feesten - je was voor ’t plezier wè (hoor) - en nooit naar de messe (mis) he. J’haalde zulke rare toeren uit en de boer wilde hem buiten hebben. Maar je wilde niet weg. De boer ging raad vragen aan andere en ze zeien: “Je moet look in z’n pap doen.” De boer deed dat en Vlèrus zei:“Look in de pap,Vlèrus weg en ’t geluk ook weg.”en van toen hebben ze niet anders dan ongeluk gehad met under (hun) beesten op ’t Vlèruskot.
Beschrijving
Een boer die geen enkele meid of knecht in dienst kon houden, zei op een dag: "Ik wil nu een knecht hebben, ook al was het de duivel zelf". De boer kreeg een knecht met de naam Vlèrus. Die knecht ging naar alle kermissen en feesten, maar hij ging nooit naar de mis. Omdat Vlèrus zo'n rare kerel was, zag de boer hem liever weer vertrekken. Op aanraden van een kennis gaf de boer de knecht pap met look. Daarop sprak Vlèrus: "Look in de pap, Vlèrus weg en het geluk ook weg". Sindsdien heeft men op het Vlèruskot altijd ongeluk gehad met de dieren.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (kamerlingsambacht)
80
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Vlèrus   
Vlèruskot   
Naam Locatie in Tekst
Stene   
