Hoofdtekst
’t Was op een groot hof in Anzegem, ‘k wrochte daar bij een weeuwe (weduwe). ’t Regende ne keer en de boerinne zei: "Polke slaap maar hier, ge moet in dat weer niet meer naar huis gaan, slaap bij Pie op de voute." In bedde, we vertelden een beetje en we gingen dan slapen. De boerinne had gezegd: "Als hij van de mare bereen is, ge moet hem ne klets geven op zijn aanzichte." Al met ne keer ’s nachts, hij begoste, hij deed wreed. En ‘k pakte mijne kloef en ‘k sloeg. ’t Was gedaan en hij zei: "Jongen, g’hebt wel gedaan." De volgende nacht ‘k gaf hem weer ne klets. Maar ‘k bleef daar niet meer slapen, ’t was altijd ’t zelfde. Die jongen is ervan kapot gegaan. Ze zeien ge moet uw kloefen averechts zetten passnagels steken (sic). De paters zijn ook gekomen en z’hebben gelezen dat ze zweetten. ’t Heeft niets geholpen. De paters zeien dat ze de macht niet en kosten overpakken.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een man werkte op een grote boerderij in Anzegem. Omdat het op een dag hard regende, zei de boerin: "Je moet niet naar huis gaan. Blijf hier maar logeren. Je kan op de zolder bij de andere knecht slapen. Als hij door de maar wordt bereden, moet je hem een slag in zijn gezicht geven. Toen de knecht onrustig werd, deed de man wat de boerin hem had aangeraden. Hetzelfde gebeurde echter iedere dag opnieuw. Uiteindelijk is die knecht aan de plagerij tenonder gegaan. Men geloofde dat men zich kon beschermen tegen de maar door zijn klompen omgekeerd te zetten en door paasnagels te gebruiken. De paters hebben de boerderij overlezen tot ze helemaal bezweet waren, maar dat hielp niet.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (zuiden)
184
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Aalbeke   
Plaats van Handelen
Anzegem   
