Hoofdtekst
’t Heet hier vroeger nog geweest dat ’t spookte. In nen winkle bij een weeuwe (weduwe). ’t Was in den tijd, ze spindigen. Ze kropen toope (samen) en d’en enen zijn wiel draaidige maar zijn klosse en verging niet, en d’er achtre draaidige zijn wiel niet en zijn klosse en verging. D’er was ne vent die nieverands (nergens) schauw (bang) van ware en hij gingt er naartoe. Al mee ne keer zegt die weewe (weduwe): "Kijk," zegt ze, "mijn wiel draait were niet." Hij stektige mee zijne kruldre aan da wiel maar ’t en bougeerdige niet (bewoog). En al mee ne keer, de lampen gingen uit en de tiggels waren uitgebroken en hij liep weg zo zere of dat hij koste. Da was bij de weewe van Fernand Loddefeere, nen kloefkappre.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
In de winkel van een weduwe in Knesselare spookte het vroeger. 's Avonds kwamen de vrouwen bij die weduwe spinnen. Er was echter altijd iets mis met de spinnewielen. Bij het ene draaide de klos niet, bij het andere draaide het wiel niet. Een man die nergens bang voor was, ging op een dag een kijkje nemen in het huis. Toen het wiel weer niet draaide, stak de man er met zijn 'kruldre' (?) in. Even later werden de lichten gedoofd en werden de tegels in het huis uitgebroken. Doodsbang liep de man weg.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
249
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Knesselare   
Plaats van Handelen
Knesselare   
