Hoofdtekst
De klokluiders Jan Piclauw en Charles Nuttin kwamen ’s winters, vroeg den zondagmorgen, de klokken luiden.Op zekere keer zag Jan daar nen groten hond verschijnen die hen volgde en hun kwaad deed. Als zij dan aan ’t kerkhof kwamen ging de haag open en den hond verdween. De volgende zaterdag was’t werderom ’t zelfde, hij kwam hun tegen en Jan gaf hem de naam van Wieti. Hij zei: "Wieti zijt ge daar?" en Wieti gong met ons mee tot aan ’t kerkhof en de hage gong wederom open en Wieti verdween wederom op ’t kerkhof en was niet te zien. Dit waren de geesten van de doden zegde Jan en doodkaarsen was niet raar om zien, ze dansten op de hage na de verdwijning van Wieti.
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
SINSAG 0362 - Toter kehrt als Tier wieder. Erklärung der Erscheinung des Spuktieres.
  
Beschrijving
Twee mannen gingen tijdens de winter op een zondagochtend de kerkklokken luiden. Opeens zag het tweetal een grote hond verschijnen, die hen volgde en hen kwaad deed. De haag van het kerkhof ging open en de hond verdween. Nadat de hond verdwenen was, dansten er doodkaarsen op de haag. De volgende zaterdag gebeurde precies hetzelfde. De mannen geloofden dat het de geesten van de doden waren.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (zuiden)
42
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Denijs   
