Hoofdtekst
Ene boer van Lauw had vier, vijf pjaad (= paarden) en alle nachten waren die los. Doa zat een zwatte kat in de rièp (= ruif). Ze wilden de kat vangen, mè dat was een heks en dat ging nie. Toen kwam doa ene met e gäffelke en die stak de kat in haar poot. 's Anderendaags zat de zuster van zijn vrouw aan e tafel met e läpke (= lapje) aan haren arem. 'Het is oer (= uw) zuster gewees(t)' zei de boer tegen zijn vrouw. Toen zei de zuster: 'gaat noa de pastoor, anders moet ich nog twee jaar staan.'
Onderwerp
SINSAG 0592 - Hexentier kann nicht getroffen werden
  
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een boer uit Lauw was het beu dat zijn paarden 's nachts altijd werden losgemaakt. De boer had al verschillende keren tevergeefs geprobeerd om de zwarte kat die in de ruif zat, te vangen. Op een dag verwondde iemand de kat aan haar poot. De volgende dag had de schoonzus van de boer een verband om haar arm. Daarop sprak de boer tot zijn vrouw: "Het is je zus geweest!" De boerin raadde haar echtgenoot aan om naar de pastoor te gaan.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
760
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lauw   
Plaats van Handelen
Lauw   
