Hoofdtekst
Miete Delanghe kwam een keer naar m’n schoonvader en azo zei ze: “Steekt een keer je nagels tussen de mijne.” Ze wilde hem azo kwaad aandoen. Maar mijn schoonvader was niet benauwd en je gaf heur daar azo een klets. Ze lag met haar kop achter de gote. Wacht, ‘k ga je hebben, zei ze. En veertien dagen lang heeft mijn schoonvader niet durven naar zee gaan. En z’had zij boeken he. Dat was een gevaarlijk wijf!
Beschrijving
In Oostende woonde een vrouw die toverboeken bezat. Op een dag sprak de vrouw tot een man: "Steek je nagels eens tussen die van mij!", maar de man gaf de vrouw een oorveeg, waardoor ze met haar hoofd in de goot viel. Daarop zei de vrouw: "Wacht maar, ik krijg je nog wel!" De man is twee weken lang niet op zee durven te gaan.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (kamerlingsambacht)
281
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostende   
Plaats van Handelen
Oostende   
