Hoofdtekst
Wete wat da’k mijn vadre nog horen vertellen hè over nen Duitse schaper? Dat er hier vroeger ne schippre langs de vaart gevaren kwam, nen Hollandre. En de die die op ’t scheep waren han nen bokkebaard. En aan de wal stond er nen Duitsen schapre en den dienen zegt: "Bokkebaarden aan boord"."Nouw", zegt den Hollandre, "en muilen aan wal". Nen muil dat is azo entwat (iets) tussen ezle en peird, maar den Hollandre wildige zeggen dat den schapre nen muil was hé. En diene schapre smeet zijn mantle, zijn kapote (soldatenmantel) hé op de grond en begost mee zijne stok op dienen mantle te slaan. Maar gelijk dat hij op diene mantle sloeg voeldige dienen Hollandre die slagen. Hij sloegt jij op diene schippre hé. Hij had hij ook macht hé.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een Duitse schaper die langs de vaart zijn schapen aan het hoeden was, riep naar een Hollandse schipper op een voorbijvarend schip: "Bakkebaarden aan boord", omdat de bemanningsleden allemaal bakkebaarden hadden. Daarop antwoordde de schipper: "Muilezels aan wal!" De schaapherder trok zijn soldatenmantel uit, legde die op de grond en sloeg erop. Elke slag op de mantel was een slag op de rug van de schipper!
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
393
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitse schaper   
Hollander   
Naam Locatie in Tekst
Knesselare   
