Hoofdtekst
Aan ons huis stonden hagen en alle avonden hing daar een licht in. Mijn moeder kwam buiten en ze riep: komt nu eens zien wat een groot licht dat daar hangt; maar niet wijzen, want anders komt het naar u. En dat heeft jaren geduurd dat dat stallicht daar te zien was en altijd op 't zelfde uur. Dat waren ongedoopte kinderen, zegden de mensen.
Beschrijving
Naast een huis in Blaasveld stonden een haag waar iedere avond omstreeks hetzelfde tijdstip een groot stallicht in hing. Naar zo'n licht mocht je niet wijzen, want anders kwam het naar je toe. Pas jaren later is het licht verdwenen.
Bron
L. Smets, Leuven, 1963
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
antwerps (rupelstreek en omgeving)
24
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Blaasveld   
Plaats van Handelen
Blaasveld   
