Hoofdtekst
En bij m’n vent z’n broer, je had hij zeven joengens (kinders) en ze waren alle zeven unpetent (ongelukkig): twee zotten in Aartrijke, één met krikken (krukken) - een zuster vol pokkepitten (pokdalig) en een hoge schoe - twee zusters zot - al unpetent (ongelukkig) en verwenst van Miete Delanghe. Wel z’hebben dat zo dikwijls verteld.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een man had zeven kinderen die allemaal ongeluk hadden. Twee zonen verbleven in Aartrijke omdat ze gek waren, één zoon liep met krukken, één dochter had littekens van de pokken, een andere moest speciale schoenen dragen en twee dochters waren gek. De kinderen waren allemaal behekst door een vrouw uit de buurt.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
158
Schoonbroer van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostende   
Plaats van Handelen
Aartrijke   
