Hoofdtekst
Heks betovert kind met snoepgoed.Ewel, kijk, g' hebt gij mijn jongste zusterke ook, oens moeder zoe dat no nie afgegaan hè 'n, no veur heur hoof nie, dat er daar deunietrije bij was, war; da kind loopt daar zo gezond as een bliekske, ons moeder en oens vader waren bezig mee op 't land te werken, en 't kwamt er e vrouwmens die van de mart kwam, van de mart, allez, die te minsten al onzen opkwam en ze geeft da kind een spekke en oens moeder gaat er nog achtre omda ze da vrouwmens nie en kendege, ezo gezeid; oens vadre zei: "Och, loopt er nie achtre, zeit ie, 't es Schoepies Mie", ezo een oud vrouwmens dien ze zo ne lapname gaven, waar, - "och loopt er nie achter, zeit ie, 't es Schoepies Mie", zei ze, zeit ie ons vader ezo; zo ons moeder gingt er toch naartoe en ze wildege dat no uit da kind zijne mond halen, maar ja, z’had dat al kapot gebeten, maar as ze zij tans nader kwam, zag ze zij da dat Schoepies Mie nie en was.. S' en ha zij daar geen kennisse an; seu nui, oes moedre: "Siet ze, zei ze tegen oens vader, g' hè 't mij nui gezeid dat dat Schoepies Mie was en 't en was nui Schoepies Mie niet, graad wa dat er daar nui al van voortkomt", enne: "Och, zegt ie oens vader, een spekke, een spekke, wa soe ter daar van voortkomen". En tsaviesne ast in heur bedde laag, è, ze riep zij:, "Aiai, wa lelijke mensen, o wa lelijke mensen, o moeder laat mij toch bij ui slapen, ik ben toch schui, al die lelijke mensen". Da wa den Donderda, de Vrijda, were heel de nacht dolen, de Zaterdag were heel die nacht dolen en de Zonda viel het in een kasrole mee zoete melk en 't was heeltegans verbrand en acht dagen naardien est hij gestorven; en ons moeder hee dat altijd gezeid dat 'r hij daar ka bij was.
Beschrijving
Een boer en een boerin waren op een woensdag hun veld aan het werken, toen een vrouw die terugkwam van de markt, hun dochtertje een stuk suikerspek gaf. De moeder liep snel naar het kind om het suikerspekje af te nemen, maar het meisje had er al in gebeten. De boerin zag dat de vrouw iemand was die ze niet kende. Toen het meisje ’s avonds in bed lag, begon ze te roepen: “Ai ai, wat voor een lelijk mensen! Moeder, laat me toch bij jou slapen, want ik ben bang!” Op donderdag-, vrijdag- en zaterdagnacht huilde het kind ook de hele tijd. Zondag viel het in een kookpot met melk, waardoor het helemaal verbrand was. Acht dagen later is het kind gestorven.
Bron
A. Desmyter, Gent, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden: bevere en oudenaarde)
69
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bevere   
