Hoofdtekst
O j’ naar St.-Andries goeng, had je daar ’t Loppems kasteel. Maar da was onbeweund. ’t Zat daar alten n’een hond en een katte en die katte zei: "Is ’t gene hoend, eet stroend!" In ’t werekomen trok m’n zustre aan de belle van da kasteel. Da klonk daar verschrikkelijk. Me gingen widre (wij) voort en honderd meters verders stoenden d’r twee heren met ketens rond uldre en ze vroegen de weg naar Veldegem. Me zeien da me d’r naar toe gingen en ze gingen achterkomen. Ze liepen heelten (de hele tijd) achter ons met veel geruchte. M’n zustre riep heelten: "Kom je nog achtre?" "Ja’w’, zeien ze. An ne café stopten ze amedekeer, ze leien ulder ketens af en ze goengen binnen. Maar benauwd da me geweest hèn.
Beschrijving
Het Loppems kasteel in Sint-Andries was onbewoond. Bij dat kasteel zaten altijd een hond en een kat. Twee vrouwen die voorbij het kasteel waren gewandeld, ontmoetten honderd meter verderop twee heren die de weg vroegen naar Veldegem. De vrouwen zeiden dat ze daar naartoe gingen, waarop de heren besloten om de vrouwen te volgen. De heren, die de vrouwen met veel lawaai volgden, hielden halt bij ieder café. De twee zussen waren doodsbang.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (o van houtland)
174
memoraat
Naam Overig in Tekst
kasteel van Loppem   
Loppem (kasteel van)   
Naam Locatie in Tekst
Ruddervoorde   
Plaats van Handelen
Veldegem   
Sint-Andries   
