Hoofdtekst
Ju: Seg, maar als gij nu klapt van het kapelleke van de Hulsberg (?), maar daar zijn toch ook nog verhalen van?A: Daar zijn zeker verhalen van. […] Het kapelleke van Hulsberg, dat stond vroeger daar niet hé? [Waar het precies staat weet ik nog steeds niet, maar dat is niet het belangrijkste.] Dat stond op waar het kasteel nu staat. Toen stond het kasteel daar nog niet. En dat was, dat is daar toen gezet voor die deken, ik kan op zijn naam niet komen. En die had het plan daar opgevat om dat daar toen te maken […]. Dat kapelleke was daar op gezet omdat daar vroeger, juist gelijk wij nu zeggen ‘heksen’ als ge heks waart vroeger en ze zegden ‘dat is een heks’…oh maar dan komen die grote mannen bij één en […] die zeiden: ‘Dat gaan we direct zien. We smijten ze in de vijver, en als ze onder gaat, dan is het een heks en als ze drijven blijft dan is ze geen heks. [later hoor ik van mijn moeder dat het eigenlijk omgekeerd was. Als je bleef drijven, dan kreeg je hulp van de duivel, dus was je een heks en als je onder ging, dan was je niet bezeten, maar dan overleefde je de proef meestal niet omwille van verdrinking.] Maar als ze een vrouw van zestig, zeventig of tachtig jaar in de vijver smijten met haar kleren aan, […] wat doet die? I: Onder gaan.A: Zodus waren het allemaal heksen die ze verdronken hebben. En daarvoor hebben ze daar ook er te veel terechtgesteld onschuldig.G: Waar was dat, die vijver dan? Waar ze die in gooiden, waar was dat dan?A: Maar daar, dat was geen vijver. Daar, hoe ze daar terecht stelde, dat weet ik niet meer krek (dat weet ik niet meer precies). Maar daar, omdat er te veel onschuldig terecht gesteld zijn heeft die dat kapelleke daar gaan zetten (op de Hulsberg). […] Maar toen heeft die dat kasteel willen zetten. Maar dat ging niet. Vroeger was dat niet van dat kapelleke weg te doen he. Dat kapelleke mag niet… Het moest weg. ‘We zetten het juist […] vanonder’ (aan de berg). Waar het nu staat. Dat was goed, dat was nog op hun goed dan he, maar dat was dan onderaan de berg. Toen moest de Lieve Vrouw afgedragen worden. […] en daar was één van die mensen: ‘Dat is nogal iets’, zei hij, ‘ik zal dat wel afdoen’. Hij pakte ze vast en hij droeg ze tot op zijn (haar) plaats…’s Anderendaags viel hij van zijn stelling af.[…] Ik heb altijd horen zeggen dat die mensen nooit te veel geluk gehad hebben. Op het kasteelke van …(Hulsberg). Van toen ze ’t verhuisd hebben.I: Dat is altijd gezegd he. [Er volgt een verhaal dat de Lieve Vrouw van Kuttekoven (tegen Borgloon) met haar oog gepinkt heeft naar iemand en het scheelde niet veel of iedereen kwam er nog altijd naar kijken zoals in Scherpenheuvel. Er is een tijd geweest dat er heel veel mensen daar op bedevaart kwamen.]
Onderwerp
SINSAG 0133 - Riese will das Meer (Fluss) zuschütten (einen Weg durchs Meer anlegen)
  
Beschrijving
Bij het kapelletje van de Hulsberg was een vijver die werd gebruikt om te achterhalen of een vrouw een heks was. Vrouwen die onder gingen, waren heksen. Vrouwen die bleven drijven, waren geen heksen (1). Omdat veel vrouwen op die plaats onschuldig waren veroordeeld, heeft men er later een kapelletje laten bouwen. Toen men het kapelletje probeerde te verplaatsen, had men veel ongeluk. De man die het Mariabeeld naar een andere plaats moest brengen, viel de volgende dag van een stelling.
Bron
G. Verdickt, Leuven, 2002
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (zuiden)
V27
fabulaat
(1) In feite is het omgekeerd, volgens het volksgeloof.
Naam Overig in Tekst
kapelletje van de Hulsberg (Voort)   
Hulsberg (kapelletje van de )   
Naam Locatie in Tekst
Voort   
Plaats van Handelen
Hulsberg   

