Hoofdtekst
In een klein dorpje, niet zo ver van het stadje Chelm, woonde eens een vader en een moeder. En die hadden vier dochters. Allemaal meisjes: Yenta, Pescha, Trina en Lachna. En die vier meisjes die sliepen samen in één breed bed. Om en om, als sardientjes in een blik. En die meisjes waren gewend om 's morgens heel vroeg op te staan. Want die moesten altijd hun moeder helpen in het huishouden, maar ze moesten ook helpen de koeien te melken. En op een ochtend was de moeder al heel lang in de stal bezig, en die meisjes die kwamen alsmaar nog niet. En ze werd een beetje ongerust. En ze denkt: ik zal maar eens even gaan kijken. En ze liep naar de kamer van de meisjes en ze hoorde in de verte al een heidens kabaal. En toen ze de kamer van de meisjes binnenkwam, trof ze ze vechtend en gillend aan. "Laat me los!" schreeuwde de oudste. "Au, ze bijt me!" "Nee, niet aan mijn haar, dat doet pijn!" "Ik sla je!" zei Lachna, de jongste. "Wat moet al die herrie?" zei de moeder: "Waarom trekken jullie elkaar aan de haren?" En toen vertelden de meisjes, dat 's nachts terwijl ze sliepen hun voeten in elkaar verward geraakt waren. Ja, en zo konden ze natuurlijk niet opstaan. Toen de moeder dat hoorde, werd ze heel bang. Want zij kwam zelf uit het stadje Chelm, en daar was zoiets al eens eerder gebeurd. En dat was een toestand geweest! Ze rende naar de buurvrouw en ze zei: "Buurvrouw, wil jij alsjeblieft de koeien vanochtend voor me melken?" En zelf ging ze naar Chelm. Want in Chelm, daar woonden de oudsten, en de oudsten dat waren dan ook de slimste en de wijste. En misschien dat die raad zouden weten. Maar voordat ze vertrok zei ze tegen die meisjes: "Jullie verroeren je niet. Je blijft zo liggen. Want als jullie opstaan en per ongeluk met de verkeerde voeten uit bed stappen, ja, dan uh... weet ik niet of we dat nog goed krijgen." En ze ging naar Chelm, en ze legde de oudste van Chelm uit wat er met de meisjes aan de hand was. Hij fronste zijn hoge denkvoorhoofd en dacht diep na. En alle mensen die erom heen stonden, waren muisstil. Tenslotte zei de oudste van Chelm: "Dit... is een moeilijk probleem. Er is niet echt een hele goede oplossing voor, maar d'r is iets wat je kunt proberen, wat misschien werkt. Je moet naar huis gaan, je moet een stok pakken, je loopt de kamer van de meisjes in en voordat ze het in de gaten hebben, sla je met die stok op het bed precies waar de voeten liggen. En je hebt kans dat ze van pijn en schrik ieder naar hun eigen voeten grijpen, en dan is het probleem voorbij. We hebben het een keer zo geprobeerd; het heeft gewerkt, ja." De mensen die eromheen stonden, die vonden het wel een hele goeie raad van de oudste van Chelm. Die wist ook op alles een oplossing. Hij was ook heel wijs, misschien wel zo wijs als koning Salomon; en die was echt héél wijs. En hij voegde er nog aan toe: "Misschien is het een goed idee, dat je die meisjes zo langzamerhand eens gaat uithuwelijken." Want zo ging dat in die tijd. "Als ze ieder een eigen huis hebben en een eigen man, dan hoeven ze niet meer met z'n vieren in bed te slapen, en dan kunnen hun voeten niet meer in de knoop raken." Logisch! De moeder ging naar huis en ze liep naar het dorp, pakte een stok, liep door de keuken, ze liep door de kamer, ze liep de kamer van de meisjes in en WHAM! Midden op het bed. "AU!" De meisjes sprongen van de pijn naast hun bed... maar wel allemaal op hun eigen voeten. Dus het had gewerkt. Daarom besloten de ouders om de rest van de raad van de oudste van Chelm ook op te volgen. En ze gingen een echtgenoot zoeken voor het oudste meisje. Ze vonden er al gauw eentje: Lemel, een jongen uit Chelm. Hij keek een beetje suffig uit zijn ogen. Maar zijn vader was koetsier, en Lemel zelf, die had ook al een paard en wagen, dus hij zou veel geld kunnen verdienen. Dus Lemel en Yenta werden bij elkaar gebracht om het huwelijkscontract te tekenen. Maar Yenta begon te huilen: "Ik wil niet trouwen." "Iedereen wil toch trouwen?" zei de moeder. "Ja, maar ik wil niet met een vreemde trouwen." "Maar ik ben toch zelf ook met een vreemde getrouwd?" zei die moeder. "Jij bent met pappa getrouwd, en dat is geen vreemde!" Het zag er naar uit dat de trouwerij niet door zou gaan. Maar gelukkig was de oudste van Chelm ook uitgenodigd. En die zei: "Weet je wat, Yenta? Zet jij maar gerust je handtekening, want als jij je handtekening zet, dan wordt Lemel je verloofde. En als je dan straks gaat trouwen, dan trouw je met je verloofde en niet met een vreemde." Yenta was heel blij. En Lemel, die was ook heel gelukkig. Zo gelukkig, dat 'ie de oudste van Chelm op z'n grote denkhoofd kuste; wel drie keer. Nou was er nog een klein probleempje. Yenta kon d'r naam niet schrijven. Ja, Lemel kon het eigenlijk ook niet. Maar gelukkig was de oudste van Chelm d'r bij, en die zei: "Yenta, als jij nou drie kringetjes schrijft, en Lemel, als jij nou drie streepjes schrijft, da's net zo goed als een handtekening." En zo gebeurde het. En toen kon eindelijk het feest beginnen. En ze aten koekjes met bietensoep, en ook nog spruitjes, en andijvie. En weet je wat ze d'r bij dronken? Thee met jam, en ook nog melk met vellen. Zo, nu moet ik verder schoon gaan maken...
[Applaus]
(Verteld op de multiculturele vertelmiddag in Houtzaagmolen De Ster op woensdag 26 april 2000, Molenpark 3)
Onderwerp
AT 1288 - Numskulls Cannot Find their Own Legs   
ATU 1288 - Numskulls Cannot Find their Own Legs.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Joods   
Chelm   
Yenta   
Pescha   
Lachna   
Lemel   
Salomon   
Naam Locatie in Tekst
Polen   
Trina   
