Hoofdtekst
Fredje Pamelare - ’t is nog niet lange dood - ’n fraai baaske, maar ’n eeuwig hukkerke (iemand die graag weg van huis blijft), ’t kaarte geerne en ’t dronk geerne ’n druppelke.En ’t werd ook ‘ne keer naar huis gedaan van ’n witte katte. En ze liep heel den tijd voor zijn voeten. En hij shcopte er naar en hij had ze niet. Maar ze bleef altijd voor zijn voeten lopen. En als hij thuis kwam, zijnen teen was gebroken. En als hij thuis kwam, hij ging anders altijd in ’t schuurke gaan slapen, voor zijn zuster en zijn moeder niet wakker te maken, maar die witte katte ging heur schone op de zulle van ’t schuurke gaan zetten.En Fredje was zo vervaard, dat hij zijn ouders opklopte.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Een man die graag een glas dronk en vaak ging kaarten, werd 's avonds op zijn weg naar huis gevolgd door een witte kat die hem de hele tijd voor de voeten liep. De man schopte naar de kat, maar kon het dier niet raken. Bij zijn thuiskomst stelde de man vast dat zijn teen was gebroken. De man had de gewoonte om in het schuurtje te slapen om zijn moeder en zijn zus niet wakker te maken. Omdat de kat echter op de dorpel van de schuur ging zitten, was de man zo bang dat hij zijn moeder ging roepen.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
168
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tiegem   
