Hoofdtekst
‘k Wrochte toe Kaatje Verduyns en ‘k goeng ‘k ik nor buten om mijn water te maken enee. De boer komt van ’t land met ’t peerd. Enne komt bij mijn en ‘k zeggen: "Je peerd e de bolgpijne!" "J’e gij ook de bolgpijne zeker?" zeiten. Otten dat gezeid had, enne ging nor ’t stol enne dei ’t gareel of mor ne kwam nor buten enne zei: "Mijn peerd e de bolgpijne, Kamiel!" en ‘k èn ik toen die bolgpijne ofgelezen.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man stond te kijken naar een boer die met zijn paard terugkwam van het veld. De man riep naar de boer: "Jouw paard heeft balgpijn!" Daarop antwoordde de boer ongelovig: "En jij hebt ook balgpijn zeker!" Vervolgens ging de boer met zijn paard naar de stal. Even later kwam hij naar buiten gelopen en riep: "Mijn paard heeft balgpijn!" De man heeft dan de balgpijn afgelezen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (vrijbos)
82F
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Woumen   
