Hoofdtekst
Als we wieder klene waren, me mosten maken dat we binnenwaren tegen dat de zunne onderging, anderszins er gong daar alle soorten van gespuis komen. De jongens gloofden dadde, ze waren benauwd, z’hadden geen geleerdheid. Ze zeien dat de waterduivel ging komen ’s avens als je achter de zunne, in den donkern nog buiten was. De jongens kwamen verlegen naar huis.
Beschrijving
Vroeger drukte men de kinderen op het hart dat ze vóór het donker thuis moesten zijn. Anders zouden ze allerlei gespuis tegenkomen, zoals de waterduivel.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (ieper)
10
Kindertijd van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Voormezele   
