Hoofdtekst
Dat männeke, dat was één, dat moes(t) toveren kunnen. Die kon tich zeggen wei 't huis gelegen was, en wa voor de deur stond en alles, en wa centen at ge in oer maal (= zak) had. Die kon tich zo zeggen waste in den maal hads. Zo zat er in de zetel, en dan werekte zijne spirit, de zags dat; dat herging (= beweegde) en de zweet liep van hem af! en het was geen twee minuten, hein, dan waster doa met alles. Die zei de joste (= erste) keer dat er o(n)s zag met wèveul kinder dat we waren en alles. - Die moes(t) ook mee(r) kunnen as brood eten, die! -
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
In Millen woonde een tovenaar die alles wist zonder dat hij het gezien of gehoord had. Zo kon hij bijvoorbeeld zeggen hoeveel geld iemand in z'n zak had, hoeveel kinderen iemand had, enzovoort.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (tongeren en omstreken)
899
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Millen   
Plaats van Handelen
Millen   
