Hoofdtekst
E marchand van Roeselare hield hem e bitje bezig in de kaarte met die gasten. Die vint wiste niet dat dat mannen van Bakelandt woren enee. Dat wos in "’t Meibomtje", tusschen Torhout en Roeselare. Enn’had e grote piekaard (picard, hond) mee. Ze zagen datten vele meulenaars (geld) bij hem hadde ol etwor zijn geldbeuzige togen ol betalen. Otten voortging etten angevollen geweest deur twee soldaten. Dat woren geen echte soldaten wè, mor twee uut de bende. Zijn hoend ed helpen vechten. Wore’t niet van dien hoend, enne wos dood. Dien hoend die vroed gestoken wos e niet lange meer geleefd otten thuus kwam. En die vint is toen weregegon nor dat herbergschge en olgelijk zijn geld gepakt geweest van e twee of drie ander kerels.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een handelaar uit Roeselare was in herberg ''t Meiboompje' tussen Torhout en Roeselare aan het kaarten. De handelaar wist echter niet dat hij met leden van de bende van Bakelandt kaartte. Op zijn weg naar huis werd de man aangevallen door twee rovers die zich als soldaten hadden verkleed. Door zijn hond die hem verdedigde, werd de man gered van de dood. De hond raakte wel zwaar gewond en is daarna gestorven. De man is die avond teruggegaan naar de herberg. Daarna werd hij door drie andere kerels van zijn geld beroofd.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
58D
fabulaat
Naam Overig in Tekst
't Meiboompje (herberg tussen Torhout en Roeselare)   
herberg 't Meiboompje (tussen Torhout en Roeslelare)   
Meiboom (herberg tussen Hooglede en Roeselare)   
Naam Locatie in Tekst
Houthulst   
Plaats van Handelen
Torhout   
Roeselare   
