Hoofdtekst
En toen zijn ze naar dinge moeten gaan, ik weet niet meer waar ze heen gegaan waren om hem daarvan te verlossen hè. Die was met kwaad geplaagd en die kon daar niet vanaf geraken. En toen had hem daar een mens gezegd: 'Ge moet de oven eens goed gloeiend stoken, de bakoven, waar ge brood in bakt.' En die had dat weggestopt hè en dat rolde hij dan overeen hè en dat had hij weggestopt en dat hadden ze gevonden. 'En zogauw als de oven goed gloeiend is en hij is niet in huis, pak dat en steek het maar in de oven.' En, ze deden dat, ze smeten het in de oven en het was nog niet goed in de oven, toen was hij daar. En daar hebben ze hem met drie man moeten tegenhouden anders vloog hij de gloeiende oven in. En hij was ervan verlost. Dat heb ik dikwijls horen vertellen.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Enkele mensen staken het vuur in de oven aan om het dierenvel van de weerwolf te verbranden. Nog vóór het vel vuur had gevat, stond de weerwolf naast de oven om zijn dierenvel te redden. Drie mannen hadden de grootste moeite om de weerwolf te beletten in het vuur te springen. Toen het vel helemaal was opgebrand, was de weerwolf verlost.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.6 Weerwolven
midden-limburgs
d
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Genk   
