Hoofdtekst
Toen ik eens met mijn vader in het bos wandelde, vond ik twee hoefijzers niet ver van elkaar. Toen ik ze mijn vader liet zien, verschrok ie en beval ie me ze onmiddellijk weg te werpen. Later zei ie me dat hoefijzers het bewijs waren dat er een heks voorbij gekomen was.
Beschrijving
Een jongen die met zijn vader in het bos wandelde, vond twee hoefijzers op de grond. De jongen moest van zijn vader de hoefijzers onmiddellijk weggooien. Hoefijzers waren immers een bewijs dat er op die plaats een heks was voorbijgekomen.
Bron
T. Daniëls, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (weert en omstreken)
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Stamprooi   
