Hoofdtekst
Gusten, hij was te Poperinge, hij ging naar de messe met Kerstdag, ten twaalven. Hij kwam daar een vrouwmens tegen. “Dag Gusten”, zei ze. “Dag vrouwe”, zei Gusten. “Wete gij etwodde”? vroeg ze aan Gusten. “Neen ik”, zei Gusten, “wete gij etwod misschien”? “Ja’k”, zei ze, en ze liet een zak zout vallen. Ze ging Gusten betoveren.
Beschrijving
Een man uit Poperinge ging met Kerstmis naar de nachtmis. Onderweg kwam de man een vrouw tegen, die zei: "Dag x! Weet jij iets?" De man antwoordde: "Neen, weet jij iets?" Het volgende ogenblik liet de vrouw een zak zout vallen. Ze wilde de man betoveren.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
190
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Kerstmis   
kerstnacht   
Naam Locatie in Tekst
Haringe   
Plaats van Handelen
Poperinge   
