Hoofdtekst
We gingen noa Hoesselt en in dien tijd was dat allemaal te voet. We moesten door enen dreef opgaan van het kasteel van Bos (Terbos). En ha(l)ves baan was bem (= beemd), en doa is een sloot. Opeens zeggen we tegen 'Betsje', de kwezel, - die was dan ook met o(n)s - 'kik wa doa lig(t)!' - 'Och, kom toch door!' Wij kropen a(ch)ter haar in van de schrik, doa lag ene weerwolef! mè zij had gene bang. - 'Zijt ge van God of van Gebod, wij gaan door!' zei Betsje. Toen kroop de weerwolef ineen a(ch)ter ene boom in, en trok zijn ketel bij hem en toen gingter terug de sloot in.
Onderwerp
SINSAG 0804 - Werwolf nimmt viele Gestalten an.   
Beschrijving
Enkele vrouwen die door de kasteeldreef van Terbos naar Hasselt gingen, schrokken toen ze in de sloot een weerwolf met een ketting om de hals zagen liggen. Zonder vrees sprak Betje tot het dier: "Ben je van God of van Gebod, wij gaan verder!" Het volgende ogenblik kroop de weerwolf weg achter een boom.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (tongeren en omstreken)
952
memoraat
Naam Overig in Tekst
Betje   
kasteel van Terbos   
Terbos (kasteel van)   
Naam Locatie in Tekst
Nerem   
Plaats van Handelen
Hasselt   
