Hoofdtekst
X: En eh, van mensen waarvan ze zeiden dat ze na hun dood weergekomen waren?5: Wel ja, al zulke dingen.Y: Heb je daarvan nog gehoord?5: Wel, van het boertje daar. Ik ga het eens zeggen. Dat was een heel oude man daar, maar dat was zijn (onverstaanbaar). En Anie Caron, die ook niet goed was, die daar erbij woonde…, maar je moest ‘Noom’ (niet erg duidelijk) zeggen ertegen. En zo zei hij: "Caronkje," zei hij, nee, het was Arie die dat zei. Zegt hij: "Boer Noom," zegt hij, "als jij eerst doodgaat, hé," zei hij, en hij stak zo zijn vinger op, "als je eerst doodgaat, je moet komen zeggen wat er daar is." "Ja Caronkje," zei hij, "ja ik, Caronkje, ja jongen." Nu, boer Noom gaat dood en Caron ging altijd zeggen dat het waar was. Zo zei hij: "Caronkje," zei hij, "’t is hier iets, maar ’t is ginder ook iets. Maar die hier de pupegale (kruiwagen) moeten dragen, moeten voeren," zegt hij, "moeten ze ginder slepen." En Caron ging er niet van afgaan dat hij hem gezien had.Y: Dat hij hem weergezien had, versta je het.5: "Hij is dat komen zeggen," zei hij, "hij is dat komen zeggen." En Stiene, die Carons zuster was,zei altijd: "Maar Arie, je moet dat niet geloven." "Toch toch, jamaar toch, boer Noom heeft gezegd dat hij dat zou zeggen en ik moet dat zeggen en dat is waar."X: En hij woonde ook op de Brabanthoek?5: Wel, bij de grote Onze Heer daar (groot kruisbeeld langs de Boescheepseweg).Y: Zij hebben daar nog gewoond.5: Ik heb nog gewoond hier bij de school, bij de Brabantschool.X: Ja.5: En ik was dan getrouwd en ik ben dan gaan wonen bij de grote Onze Heer. Ja, dat was een oude man hoor, hij was 85 jaar oud. En hij ging er niet van afgaan dat hij dat gezien had.Y: Dat hij weergekeerd was, versta je het.5: Hij was weergekeerd en hij ging alleszins… zij hadden dat aan elkaar beloofd, in geval dat de een of de ander eerst doodging, moest hij komen zeggen wat er ginder was.Y: Hij had hem ergens gezien.5: Ja, hij ging er niet van afgaan, hé.X: Jaja.5: Ah nee. Hij heeft dat ook nog gezegd tegen de pastoor van Boeschepe, Arie.Y: Ja?5: Ja. "Ja, meneer pastoor," zei hij, "ik heb hem alleszins gezien. Hij is dat komen zeggen."
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Twee mannen hadden afgesproken dat diegene die als eerste zou sterven, na zijn dood ande andere zou komen vertellen hoe het er in het hiernamaals aan toe ging. Toen één van de mannen dood was, hoorde de andere een stem die sprak: "Er is hier niets, maar er is ginder ook niets. Maar diegenen die hier de kruiwagen moeten voeren / dragen, moeten hem ginder slepen".
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (poperinge)
5F
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
