Hoofdtekst
Hanekoer vertelde dat op 't Jonkhold een vrouw woonde en die had de naam van heks te zijn. Dat was een vrouw die hield e caféke. En als ze do kaarten gongen dan woor ze diks (dikwijls) in ene keer vurt (weg). Dan gonken de mensen eens zien bo (waar) ze no toe gong en dan zagen ze niks als een grote witte kat, die opsprong. En als ze dan terug in de café kwam dan zat ze al achter de stoof met 't haar rechtop staan. Dan zagen de lui: 'Do is ze al terug.'
Onderwerp
SINSAG 0594 - Verwandlung von Hexentier in Frau erspäht.
  
Beschrijving
Op 't Jonckhold woonde een heks die een café had. Als men in het café zat te kaarten, was de heks soms opeens weg. Men zag dan enkel een grote witte kat. Wanneer de vrouw terug in het café kwam, stonden haar haren nog recht omhoog.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
396
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Jonckhold (Eigenbilzen)   
Naam Locatie in Tekst
Eigenbilzen   
