Hoofdtekst
Ik heb altijd een historie horen vertellen van mijn moeder, kwestie van framassons, in Zuidschote. Ge hebt nog wel gehoord van Bulte Capron. Bulte Capron was zo gezeid een framasson. Dat was een jonkheid die nooit getrouwd heeft en die vele hofsteden had. De hofstede recht over ’t onzent was aan Bulte Capron en Bulte Capron kwam naar zijn goed kijken en die mens die er op woonde peisde van die hofstee te erven van Bulte Capron. Je wilde Bulte Capron evenaren in ’t tieren en vlieken, want Bulte Capron vloekte hele dagen. Dat is niet gegaan. Bulte Capron was een type die met iedereen in ruzie lag en die er plezier in vond met te processen voor een haag, voor een boom of voor si of lè en je won altijd omdat hij de macht van ’t geld had. Zo, Bulte Capron lag op sterven en ze vragen hem als je moest een priester hebben en Bulte Capron zei: "Niet te doen, ik ga da effen doen met den Groten”! Al zijn eigendom gaf hij aan de openbaren onderstand met de gedachte: "Als ik ooit werekeer, moet al mijn goed samenblijven omdat ik het dan zou kunnen terug overnemen”!
Beschrijving
In Zuidschote woonde een ongetrouwde man die veel boerderijen bezat. Men beweerde dat die man een vrijmetselaar was. Een huurder van één van de boerderijen hoopte het gebouw binnen afzienbare tijd van de vrijmetselaar te erven.
De vrijmetselaar had er plezier in mensen voor het gerecht te dagen voor een boom of een haag of iets anders. Omdat hij veel geld had, won de vrijmetselaar die rechtzaken altijd. Toen hij op sterven lag en men hem vroeg of hij een pastoor wilde, had de vrijmetselaar geantwoord: "Neen, dat is niet nodig; ik regel het rechtstreeks met de Grote!" Hij schonk al zijn eigendom aan de openbare onderstand, want hij had gezegd: "Als ik ooit terugkeer, moet ik al mijn eigendom opnieuw als één geheel kunnen overnemen!"
De vrijmetselaar had er plezier in mensen voor het gerecht te dagen voor een boom of een haag of iets anders. Omdat hij veel geld had, won de vrijmetselaar die rechtzaken altijd. Toen hij op sterven lag en men hem vroeg of hij een pastoor wilde, had de vrijmetselaar geantwoord: "Neen, dat is niet nodig; ik regel het rechtstreeks met de Grote!" Hij schonk al zijn eigendom aan de openbare onderstand, want hij had gezegd: "Als ik ooit terugkeer, moet ik al mijn eigendom opnieuw als één geheel kunnen overnemen!"
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
west-vlaams (ieper)
20
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Boezinge   
Plaats van Handelen
Zuidschote   
