Hoofdtekst
Bij mijnen nonkel alle nachsten de beesten lawaai maken, en mijnen nonkel en ne knecht zeien ne keer dat ze ne nacht gingen waken. En in his alle potten poeffen ook altijd. En als ze waaktegen en vochten ze nimmer want z’hadden gewijde kogels meegebracht. En ze gingen om ne pater in Ronse maar onderwegen werd hun voiture van de steenweg afgesmeten, ze moesten hem halen mee ne wagen mee twee paarden!
Beschrijving
Op een boerderij hoorde men de dieren iedere nacht lawaai maken. De boer en de knecht gingen de wacht houden met een geweer waarin ze gewijde kogels hadden gestoken. Toen ze een tijdje later een pater uit Ronse gingen halen, werd de kar telkens van de weg gegooid, zodat men twee paarden nodig had om de kar te trekken.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (denderstreek)
407
Oom van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Lievens-Esse   
Plaats van Handelen
Ronse   
