Hoofdtekst
‘k Heb hier een hof gekend op Rollegem en de vader da’k wel kende. Hij had ne knecht die de profetie kende en die in zijn huis niet geren gezien was, want ’t waren christelijke mensen bij hem. Hij was met nen domestiek en ze moesten werken en hij zei tegen den domestiek: "Leg u op ’t kaf en niet kijken." En ’s Anderendaags was ’t werk gedaan. Ne keer moesten ze chicoreien naar de "Pont d’or" naar Warkoenje brengen. Den achternoene was omme, ’t was avond en hij zei: "’t Zal alwel gedaan geraken." ‘tWas zo en de peerden waren op stal gebleven. Nen andere keer, ’t meiske ging trouwen en hij mocht niet mee. Bij ’t vertrekken de sprei van de broek van de vader viel af. De vader ging om zijn gewere om hem dood te schieten maar den hane viel van zijn gewere.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Op een boerderij in Rollegem had men een zoon die kon toveren. Toen er moest gewerkt worden sprak de tovenaar tot een knecht: "Ga op de grond liggen zonder te kijken". De knecht deed wat er gevraagd werd en in een mum van tijd was het werk gedaan. Op een dag moest er witloof naar de 'Pont d'Or' worden gebracht. 's Avonds zei de tovenaar: "Het zal wel gedaan geraken". Na een tijdje was het werk inderdaad gedaan, hoewel de paarden op stal waren gebleven. Toen de zoon niet mee mocht naar het trouwfeest van de meid, deed hij de sprei van de broek van zijn vader vallen. Daarop haalde de vader zijn geweer om zijn zoon dood te schieten. Op het ogenblik dat de vader klaarstond om te schieten, viel de haan van het geweer.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (zuiden)
145
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rollegem   
Plaats van Handelen
Rollegem   
