Hoofdtekst
To Wulfs, da was een Tempeliershof. Ze gingen daar ne keer ne bus hout uuttrekken uut de vumme (houtmijt) maar ze kregen hem nie mee. Ze bleven trekken en ip ’t ende o ze heel den boel omverre getrokken hân, z’hoorden geklap in d’handen.’t Was daar een kotje waar dat al de beesten dood goengen en ’t was daar ne keldre oendre maar t’en dost daar niemand ingaan.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Op een Tempeliershof in Ruddervoorde trok men een bussel hout uit de houtmijt. Dat kostte zoveel moeite dat men uiteindelijk de hele houtmijt omver trok. Op dat moment hoorde men handengeklap.
Er was ook een hok waarin alle dieren stierven. Onder dat hok was een kelder die niemand durfde te betreden.
Er was ook een hok waarin alle dieren stierven. Onder dat hok was een kelder die niemand durfde te betreden.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (o van houtland)
232
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tempeliershof (Ruddervoorde)   
Naam Locatie in Tekst
Ruddervoorde   
Plaats van Handelen
Ruddervoorde   
