Hoofdtekst
Né, ge hadt toen daar een wijveke hier in de omtrek. Ja, Amelietje Pattyn noemde ‘t. ’t Mocht absoluut bij geen kleine jongens gaan, want vast en zeker waren ze betoverd. En je kon daarmee niets meer doen met die jongens, niets. Dat moest toen naar Ieper gegaan zijn, naar de paters, om afgelezen te zijn en ze hadden al de ruzie van de wereld. Er waren er nog die ze niet wegkregen ervan, euh, ’t was gedane werk. Gauw…
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In de buurt van Beselare woonde een vrouw die niet bij kleine kinderen in de buurt mocht komen. Men was immers bang dat de kinderen zouden worden betoverd. Betoverde kinderen moest men laten overlezen door de paters van Ieper.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
2
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Amelietje Pattyn   
paters van Ieper   
Ieper (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
Plaats van Handelen
Ieper   
Beselare   
