Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JASPE0204_0206_11912 - Toverij te Oostende - Afgewezen verloofde kwelt zijn meisje

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

D’r was hier een meissen, Joris heetten ze zieder (zij), en ze vrijde zij met een garçon, en dat zijn dingen dat me gezien hebben. En ze wilde zij die garçon niet meer. Maar die garçon had nog een zakneusdoek van haar, en met die zakneusdoek lieten hij alle soorten van kwaad doen aan haar. Dat was iedere keren as ‘t ’s navonds zeven was kwam ter een naar boven, z’hoorden steppen (stappen) maar ze zagen hem niet. En azo zei ze zij ton (dan): moeder, j’(hij) is daar. Je weet d’ooststrate he, nevenst die beenhouwer op dat hoekje, woonden ze zieder (zij). Dat was ton een drankwinkel en ze woonden zieder daar op ’t eerste en as ‘t ’s avonds zeven was, me gingen wieder daar en al de mensen wat dat er daar ging gebeuren he, surtout degene die dat wisten. En die stoors waren nere van under (hen), maar je zag dat allemaal die schaduwen, he op die stoors. En je zag gij haar ton (dan) vechten he met hem. Maar je zag maar juiste haar. Maar zij zag hem niet en haar ouders zagen hem ook niet. Ze smeten zieder ton met water en ze zagen niemand. Geheel haar aanzichte zat vol krabbels en as ze genoeg gevochten hadden, gingten weg; z’hoorden hem van de trappen gaan, maar niemand zag ter hem. En op de stoor zag je al die manoeuvres van heur als ze tegen hem vocht. Z’hebben een keer een corset volgestoken met spellen en een zakneusdoek ook. En z’ hadden dat al in brande gestoken. Maar dat was geen avance, ’t was nog niet gedaan. En ze was zij geheel afgemarteld, z’hangde aan geen draad meer, dat was familie van Bubbeline hierover. En ’t is toen gekomen dat ze de paster hebben laten komen en je (hij) kwam hij haar toen belezen en voor hem niet meer te laten binnenkomen, en weet je tot waar datten toen nog geraakte? Tot aan de bovenste trap en je koste (hij kon) niet meer binnen. En z’heeft zij toen gezeid dat dat van haar lief was dat ze dat aangedaan was, zo, z’hebben ton naar z’n huis gegaan en die zakdoek afgenomen en j’heeft toen niet meer kunnen doen. En as ze buiten ging, o ze zag ter uit. Had dat moeten blijven duren, ze ging ter van gestorven zijn. En geheel heur aanzichte wierd opengehaald. Wè, z’heeft toch zo afgezien da joenk.

Onderwerp

SINSAG 0670 - Zauberer macht sich unsichtbar.    SINSAG 0670 - Zauberer macht sich unsichtbar.   

Beschrijving

Een meisje had haar vriend met wie ze een relatie had gehad, afgewezen. De vriend had echter nog een halsdoek van het meisje, waardoor hij haar kwaad kon doen. Om zeven uur 's avonds hoorde het meisje altijd voetstappen op de trap, hoewel er alleen een schaduw te zien was. Alle mensen uit de buurt kwamen kijken hoe het meisje vocht tegen de onzichtbare jongen. Op een dag stak men een zakdoek en een corset vol naalden in brand. Dat hielp echter niet. Nadat de pastoor het meisje had overlezen, kon de onzichtbare jongen niet verder geraken dan de bovenste trede van de trap. Daarna is men naar het huis van de jongen gegaan en heeft men de zakdoek van het meisje meegenoomen. Daardoor kon de jongen haar niets meer doen.

Bron

J. Aspeslagh, Leuven, 1958

Commentaar

2.2 Tovenaars
west-vlaams (kamerlingsambacht)
247
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Oostende    Oostende