Hoofdtekst
30Q En dan heb ik zo nog een kind thuis geweten, en dat zeiden ze dat dat een heks was. Maar dat mens is ook al lang dood. En die kwam altijd naar de put daar water halen. En die hadden een kindje, en dat werd dan driejaar, en dat kon niet lopen. Dat kroop zo altijd. En als die dan daar binnenkwam, dan zweette dat kind dat daar druppels water aan elke haarpijl hingen. En dan zijn die daar ook met dat kind naar Tongerlo gegaan, en die zeiden.. .hadden ze hem iets meegegeven in Tongerlo in het klooster. En ze zeiden: "Dat moet ge onder de dorpel voor.. .dat die niet meer kan binnenkomen. Ge legt daar een mat, en daar legt ge dat onder, en die zal, want dan kan die daar niet over." En die mensen hebben dat gedaan, en die kon niet meer binnenkomen. Ze kon niet meer daarover. En dan enige dagen nadien kon dat manneke lopen. Die zat daaraan. Want die jongen is niet getrouwd want hij leeft nog. Dat was een jongman gebleven. Dat weet ik. Dat was niet ver van ons af. Want daar zijn wij niet kort omtrent gekomen. Ze hielden ons daar niet van weg zalle, maar ik heb dat altijd horen zeggen. Dat was een heel gevaarlijke. Zeiden ze.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een driejarig kindje dat niet kon lopen, zweette altijd verschrikkelijk wanneer er een bepaalde vrouw op bezoek kwam. De ouders gingen met het kind naar de paters van Tongerlo, van wie ze iets kregen om onder de deurmat te leggen. Daarna kon de verdachte bezoekster niet meer binnen. Enkele dagen later kon het kleine jongetje lopen.
Bron
A. Helsen, Leuven, 2001
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (veerle)
30Q
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tongerlo (paters van)   
paters van Tongerlo   
Naam Locatie in Tekst
Veerle   
Plaats van Handelen
Tongerlo   

