Hoofdtekst
De maar heeft mij lang geplaagd gehad, en ik heb moeten bidden en beewegen om daarvan af te geraken. 's Nachts kwam daar zo iets zwaars stillekens op mij afgelopen, ik voelde het aankomen maar ik kon daar niets tegen doen, het kwam op mijn strot en dan was ik gelijk dood en mijn handen hingen slap.Eens was het juist een wit katje dat over het bed kwam en toen het op me zat, meende ik dat ik eraan moest. En ik had tegen mijn vrouw gezeid dat als ze zag dat ik lag te snakken, dat ze dan mijn naam moest roepen, dat alleen maar kon me helpen.
Onderwerp
SINSAG 0791 - Begegnung mit Mahr.   
Beschrijving
Een man werd voortdurend geplaagd door de maar. 's Nachts voelde de man iets op zich afkomen, dat zijn keel dichtkneep en zijn handen slap deden hangen. Soms verscheen de maar in de gedaante van een wit katje. Op zo'n moment kon de man alleen maar geholpen worden wanneer zijn vrouw zijn naam riep.
De man heeft veel gebeden en is vaak op bedevaart geweest vooraleer hij van het geplaag van de maar werd verlost.
De man heeft veel gebeden en is vaak op bedevaart geweest vooraleer hij van het geplaag van de maar werd verlost.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
zuid-limburgs
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Kozen   
